Samenwerken in de geest van de Omgevingswet is ook samen leren
Ontwikkeling
ontwikkeling
Stad
stad

Samenwerken in de geest van de Omgevingswet is ook samen leren

Hoe stoom je een organisatie klaar voor de komst van de Omgevingswet? Met die vraag klopten gemeenten Mook en Middelaar, Gennep en Bergen aan bij P2. De Omgevingswet betekent een flinke transitie voor gemeenten, zowel inhoudelijk als voor de manier waarop medewerkers hun werk doen. Samenwerking is daarbij essentieel. In Limburg gaat het verder: medewerkers gaan ook samen leren om zich voor te bereiden op de Omgevingswet.

De Omgevingswet is meer dan een juridische verandering. Er wordt ook een beroep gedaan op een andere houding en gedrag van medewerkers. Integraal, participatie en samenwerking zijn een aantal kreten die veel worden gehoord. Wat betekent dat voor de drie samenwerkende gemeenten met elk hun lokale verschillen? En wat betekent dat voor de beleidsmedewerker, de vergunningverlener, de handhaver of de casemanager?

De gemeenten vroegen P2 naar een opleidingstraject om alle betrokken medewerkers te begeleiden en te trainen naar zijn/haar functie van de toekomst. Dat vraagt om een maatwerktraject, dat waar mogelijk digitaal wordt ondersteund.

Gezamenlijke zoektocht

De aanpak van P2 richt zich niet alleen op een nieuwe werkwijze en op nieuwe vaardigheden, maar ook op het onderliggende veranderproces binnen de organisaties. Het is een gezamenlijke zoektocht naar een andere manier van werken en dat vraagt om aanpassingen, zegt leer- en ontwikkelexpert Sanne van Deursen van P2. De aanpak die is ingezet, biedt veel ruimte voor maatwerk voor wat binnen de organisaties nodig is. Daarvoor was veel input vanuit de gemeenten nodig, om invulling te geven aan hun rol en aan de vaardigheden die daar bij horen.

Er is gestart met een goede analyse van de uitgangssituatie van de eigen organisaties. Wat zijn de overeenkomsten en verschillen in ambitie, focus en manier van werken? Wat is de omvang van de totale groep en welke subdoelen zijn er? Welke doelgroep heeft wat nodig om klaar te zijn voor de letter en geest van de wet? Op basis van de oogst uit de analyse is een e-learning Introductie Omgevingswet voor de gemeenten ontwikkeld. In dit e-learningstraject is gebruik gemaakt van bestaande informatie, aangevuld met lokale accenten. Deze e-learning vormt het startpunt van het opleidingstraject.

Bewust onbekwaam

De volgende stap in het opleidingstraject is het organiseren van een serie workshops om met medewerkers de impact van de Omgevingswet voor hun eigen rol of functie te doorleven. Tijdens de workshop wordt per rol of functiegroep bekeken wat er gaat veranderen, hoe dat er concreet gaat uitzien, waar mensen nu staan en hoe ze er tegenaan kijken. We hebben dan nog niet alle antwoorden op hun vragen, maar hebben wel scherper waar het over gaat, zegt Van Deursen. “De deelnemers maken de stap van onbewust onbekwaam naar bewust onbekwaam. Ze snappen wat hen te doen staat.”

Uit de impactsessies is een breed scala aan leervragen naar voren gekomen, die worden omgezet en vertaald in een aanbod van activiteiten, die per doelgroep verschillen. P2 kijkt daarbij naar leerpaden per doelgroep, tussen doelgroepen en, waar nodig, naar aanvullende individuele trajecten. De leerpaden bestaan uit trainingen, workshops en een hulplijn in de praktijk. P2 heeft hiervoor zelf veel kennis en ervaring in huis en trekt op met partners wanneer dat nodig is.

Het grootste deel van leren vindt plaats in de praktijk. Maar hoe doe je dat nou? P2 gaat daarbij uit van het principe dat de praktijk van de drie gemeenten de basis is van het ontwikkeltraject, door zowel te leren in als van de praktijk. Daarbij wordt optimaal gebruik gemaakt van de kennis en ervaring van de deelnemers, aldus Van Deursen.

Synergie bereiken

Het mooie van dit proces is dat er beweging komt, vindt Sanne van Deursen. De leerpaden per doelgroep moeten nog starten, maar de uitgangspositie daarvoor is goed, stelt zij. “We zien dat we voor drie organisaties synergie kunnen bereiken. We willen vooruit bewegen, maar de gemeenten niet overladen of overvragen. Door het proces te laten leven, er invulling aan te geven, geef je inzicht hoe dingen gaan veranderen. Dat doet een appèl op alle betrokkenen om jouw stapje daarin te zetten.”