Duurzaamheid bij een woningcorporatie
Realisatie
realisatie
Stad
stad

Duurzaamheid bij een woningcorporatie

Hoe tem je een veelkoppig monster?

Een grote woningcorporatie wil haar verantwoordelijkheid nemen in de duurzaamheidstransitie. Maar ziet zich ook geconfronteerd met de complexiteit van het vraagstuk. Een corporatie zorgt in eerste instantie voor betaalbare en hoge kwaliteit huisvesting. Ze mag niet gaan over de energierekening van haar bewoners. Door verkoop van panden is er ook heel veel “gespikkeld bezit” ontstaan, dus dan gaat de woningcorporatie er al helemaal niet meer over. En natuurlijk moet het ook allemaal wel betaalbaar blijven!

De woningcorporatie was al begonnen met het verzamelen van een (vrijwilligers) projectgroep, om met elkaar eens te gaan kijken wat de mogelijkheden waren. Er ontstond veel energie en veel goede ideeën. Maar het vliegwiel kwam niet op gang. Toen de interne programmamanager met zwangerschapsverlof ging, werd Peter Coesmans gevraagd om mee te helpen een doorbraak te organiseren. Het vliegwiel moest op gang.

Dat is uiteindelijk gelukt door parallel en geïntegreerd te werken aan:

  • Draagvlak voor de verandering op management niveau, aan te haken op thema’s die op verschillende plekken in de lijn al speelden.
  • Het mooie eindplaatje (“waar je niet tegen kunt zijn”) te vertalen naar korte termijn, realistisch uit te voeren projecten en acties.
  • Het sturen op wat er nu al mogelijk was aan verbeteringen in de agenda voor de komende jaren.
  • De noodzakelijke uitvoering vanaf het begin op te hangen in de lijn, met een programmateam met alleen een aanjaag- en coördinatiefunctie (“buitenboordmotor”).
  • Het programmateam organiseren als kenniscentrum. Begrijpen dat we nog niet alles weten en kunnen maar wel van start gaan.
  • Concreet maken wat duurzaamheid is: klimaatadaptatie èn energietransitie èn circulariteit door gedragsaanpassing. Gedragsaanpassing van onze huurders, en vooral ook gedragsaanpassing van onszelf, in onze eigen organisatie, en bij onze partners.

Vanuit parallel werken aan deze thema’s is het vliegwiel gaan draaien. Er zijn heldere structuren en stukken ontstaan, er budget gereserveerd voor het programmateam en is er een werkend team met een helder mandaat en een helder en bekrachtigd programmaplan (op hoofdlijnen) weer overgedragen aan de programmamanager. De eerste concrete resultaten tekenden zich al af. Twee jaar na dato zijn er succesvolle resultaten geboekt in de nieuwbouw, in de bestaande bouw, bij de VVE’s, bij het Maatschappelijk Onroerend goed. Maar vooral in het eigen gedrag en in de eigen organisatie, is er trots ontstaan op wat er bereikt is en draait het vliegwiel nog door. 

Het veelkoppig monster is getemd, niet door kop voor kop aan te pakken (die groeien weer terug), maar door het monster in zijn geheel te blijven beschouwen en vervolgens in het hart te raken.