Vooruitlopen op de troepen met een blauwe omgevingsvisie

Vooruitlopen op de troepen met een blauwe omgevingsvisie

Hoe waterschap Noorderzijlvest het anders doet

 

 

 

Herman en Henry2Een omgevingsvisie, dat is alleen verplicht voor gemeenten en provincies. Toch ontwikkelt Waterschap Noorderzijlvest een strategische omgevingsvisie. Ook de totstandkoming van deze visie pakt het waterschap anders aan. Herman Beerda is lid van het dagelijks bestuur van het waterschap, Henry Frieswijk is communicatiestrateeg en lid van het projectteam voor de omgevingsvisie, Liesbeth Couwenberg begeleidde dit proces vanuit P2. Ze vertellen over de totstandkoming van de zogenaamde Blauwe omgevingsvisie (BOVi). Beerda: “Dit is een spannend, maar vooral leuk proces met een mooie opbrengst voor onze eigen organisatie en voor onze partners.”

  

waarom een BOVi4

 

Agenderend zijn

Beerda: “Als gemeenten en provincies een visie maken is het gebruikelijk dat men aan het einde van de rit aan waterschappen vraagt of het klopt wat men heeft bedacht. Daardoor werden er vaak besluiten genomen die tekort deden aan de belangrijke positie van water in het indelen van de ruimte. We hebben ervoor gekozen om onze eigen Blauwe omgevingsvisie (BOVi) te formuleren, nog voordat gemeenten en provincies zelf hun (nieuwe) omgevingsvisie op papier zetten. Daarmee willen wij agenderend zijn voor onze collega-overheden. Zij kunnen onze visie gebruiken als input en wij gaan daarover met hen in gesprek.”

Heldere toekomstagenda

”We willen de belangen en inzichten van de partners in onze omgeving goed kennen zodat we continue het gesprek voeren en op zoek gaan naar meerwaarde", vervolgt Beerda. "Daarnaast zijn wij als waterschap verplicht om elke zes jaar een waterbeheerprogramma te maken. De basis voor dit programma is nu onze visie. Met deze allereerste BOVi geven we een aanzet voor bestuurlijke focus en koers. De BOVi maakt voor ons complexe opgaven inzichtelijk en maakt duidelijk welke onderwerpen we nadrukkelijk willen agenderen om ons werk haalbaar en betaalbaar te houden.”

Levend document

Beerda benadrukt dat dit vooral een proces is: “We sturen op draagvlak en haalbaarheid. Dat is in de basis nog belangrijker dan het product. Onze visie is een levend document dat we tussentijds bijstellen en blijven vernieuwen. De visie is dus breed geformuleerd; we willen dat onze kinderen en kleinkinderen over vijftig jaar ook nog in een aangenaam klimaat leven en droge voeten houden.”

Je moet in zo’n proces veel investeren in de voorkant

Zichtbaarheid waterschap

Frieswijk ziet nog een andere reden voor de BOVi: “We merken dat het waterschap steeds meer zichtbaar wordt en dat mensen er wat van vinden. Dus zomaar bedenken vanuit onze eigen deskundigheid wat goed zou zijn voor de mensen, dat voelde niet goed. Werken in de geest van de omgevingswet betekent ook dat we de ontwikkeling van onze visie zo omgevingsgericht mogelijk willen doen. Door Covid moesten we op een andere manier onze gesprekken voeren, maar de intentie was er niet minder om. Het heeft ons waterschap op een positieve manier zichtbaar gemaakt.”

Van belangstelling naar betrokkenheid

”Wat Liesbeth ons heeft geleerd in dit proces is dat je in het bestuurlijke en ambtelijke gremium vooral moet kijken of er belangstelling is voor onze deskundigheid en het initiatief om een visie op te stellen", vervolgt Frieswijk. "En hoe je die belangstelling uitbouwt naar betrokkenheid, zodat partijen bereid zijn mee te investeren. Zo werk je aan draagvlak. Dat was een mooie dubbelslag: niet alleen inhoudelijk thema's agenderen voor de komende jaren, maar ook mensen daarin meenemen en laten zien dat je met elkaar beleid kan maken.”

Dijklichaam

Dijklichaam

Meerwaarde vinden in belangen

Frieswijk: “Het laten aanhaken van de verschillende partners is een sport op zich. Het heeft even geduurd voordat we de juiste contactpersonen hadden gevonden. Liesbeth heeft samen met het projectteam heel veel gesprekken begeleid met uiteenlopende partners. Over hoe ze er in staan, wat ze van ons weten en verwachten. Het is van belang om te vragen naar de belangen van anderen; wat willen zij van ons, wat willen wij van hen en waar zit de meerwaarde? Op zoek gaan naar de belangen was een flinke kluif. Liesbeth moest soms flink doorvragen. In veel gevallen had men een positieve grondhouding. Soms dacht een partij moeten we hierbij zijn of kunnen we nog even achterover leunen? Dat vraagt om continu voelen wat er kan en kijken of een organisatie er wel klaar voor is.”

Spannend proces

Beerda: “Het is ook voor Noorderzijlvest zelf een spannend proces, want wat is voor ons belangrijk, wanneer willen we versnellen of niet? Welke doelen willen we eerder realiseren? Je moet ook je interne netwerk op orde hebben. Dit proces is wennen voor alle partijen, dat maakt het spannend en leuk. Frieswijk: “Sommige fracties konden dit proces heel goed begrijpen, andere partijen zeiden we gaan toch niet zaken vrijgeven voor dialoog als we het er nog niet met elkaar uitvoerig over gehad hebben?  We hebben ervoor gekozen om alle vragen die er leefden over de totstandkoming van de BOVi uitgebreid te beantwoorden.”

Ruimte voor dialoog

Couwenberg: “We hebben vervolgens geadviseerd: geef onze omgevingsvisie vrij voor de dialoog met partners. Daarmee geeft het algemeen bestuur de ruimte om met partners in gesprek te gaan en te kijken of het de goede richting is. Die ruimte bieden heeft lucht gegeven.”

Toegenomen integraliteit

Beerda: “Je moet in zo’n proces veel investeren in de voorkant. Dat betekent een forse aanslag op je ambtelijke capaciteit. Maar het levert ons als organisatie veel op. De integraliteit is toegenomen. Voorheen was er geen geïntegreerde visie. Dat maakt dit zo waardevol; alles zit in de BOVi, van cultuurhistorie tot de dijken, van klimaat tot en met het waterpeil in gemeenten. Het sectorale van onze organisatie, daar zijn we redelijk goed doorheen gebroken. Frieswijk: “We hebben vooraf geen nadruk gelegd op de integraliteit. We lieten gaandeweg de integraliteit zien, dat onderwerpen met elkaar verbonden zijn en dat het effectiever en wellicht goedkoper kan.”

Werken aan vertrouwen

Couwenberg: “Het projectteam is vorig jaar op 12 maart gestart met een live interne bijeenkomst. Met het team zijn we met medewerkers in gesprek gegaan over ontwikkelingen die Noorderzijlvest op zich af ziet komen. Zo konden we gebruik maken van de aanwezige kennis en expertise, vooraf en tijdens de ontwikkeling van de BOVi. Door corona hebben we alles anders moeten doen. Er waren nieuwe contacten, je ontmoet elkaar achter de camera, terwijl je niet precies weet hoe mensen erbij zitten. Relaties bouwen en werken aan vertrouwen, dat kost tijd.” Beerda: “Met het bestuur voerden we online huiskamergesprekken. Er waren meerdere sessies nodig om op een lijn te komen. Uiteindelijk is de omgevingsvisie begin dit jaar unaniem vrijgegeven voor dialoog. We zitten nog midden in het proces van gesprekken met partners. Dat deel hopen we rond de zomer af te ronden, zodat wij daarna de eerste versie van de BOVi kunnen laten vaststellen.”

Afspraken over samenwerking

Frieswijk: “We komen in een andere fase. Liesbeth heeft benadrukt dat de gesprekken nu moeten gaan over rollen en afspraken over samenwerking. Wat moet de rol van het waterschap zijn in verschillende vraagstukken? Hoe kunnen we vanuit onze kerntaak een stap extra zetten om de ambities waar te maken?” Couwenberg: “En hoe kun je elkaar daarin helpen en doelen realiseren? Wie heeft daarin welke bijdrage? Dat kan veel impact hebben op partijen, bijvoorbeeld de agrarische sector, dat moet je in de gebiedsprocessen verder met elkaar uitdiepen.”

boezemgemaal De Waterwolf Reitdiep

Boezemgemaal de Waterwolf Reitdiep

Werken aan omgevingsbewustzijn

“Dit is een proces dat tijd kost. Die tijd hebben we als projectteam gekregen van het bestuur. We mogen ook fouten maken, die ruimte is prettig. We werken nu aan de volgende stap: het waterbeheerprogramma, het behalen van doelen van de Kaderrichtlijn Water vanuit Brussel en het beheer en onderhoud in het veld. Dat willen we niet meer vanuit één discipline aanvliegen. Onze manier van werken is veranderd.” Couwenberg: “We hebben leermodules ontwikkeld voor de organisatie die mensen helpen omgevingsgericht te werken. Hoe neem je bijvoorbeeld het initiatief? Hoe kijk je integraal? Frieswijk: “Het is bedoeld als eerste kennismaking en vingeroefening om toe te kunnen passen in het werk”.

Positieve reacties

Beerda: “We krijgen heel veel positieve reacties van onze partners op de BOVi en hoe we dit aanpakken, ze hebben er zelf ook wat aan.” Frieswijk: “Het lukt om bepaalde onderwerpen bestuurlijk geagendeerd te krijgen, dat is een wezenlijk verschil met hoe het voorheen ging.” Couwenberg: “Je hebt de samenwerking nodig om elkaar te versterken en om doelen te realiseren. Het is prettig als een partij daarin het voortouw neemt. Dat gaat om een visie ontwikkelen, het netwerk uitbouwen en met elkaar in gesprek gaan.”

Belang van goede procesbegeleiding

Beerda: “Liesbeth kon in dit proces heel goed de brugfunctie vervullen tussen het waterschap en externe partijen en ook tussen het ambtelijk apparaat en het bestuurlijk deel. Het belang van goede relaties moet je niet onderschatten. Liesbeth was hierin een uitstekende communicator en verbinder.” Frieswijk: “Ik ben blij dat de organisatie het belang inzag van goede projectleiding en focus. Liesbeth heeft bij uitstek laten zien wat omgevingsgericht werken is. Het is ook prettig dat ze affiniteit heeft met de inhoud. Ze kan ook benadrukken waarom een proces loopt zoals het loopt en dat het belangrijk is om niet alleen vanuit je eigen kracht te denken maar er ook andere krachten bij te betrekken. Sommige mensen zag ik wel eens zuchten. Die wilden sneller concreet worden, maar zover waren we nog niet. Dat is ook mijn tip voor andere waterschappen bij het ontwikkelen van een eigen visie. Zorg voor goede projectleiding, een rode draad, een helder einddoel en vooral: neem de tijd.”

Het waterschap Noorderzijlvest heeft de concept blauwe omgevingsvisie vrijgegeven voor gesprekken in de omgeving waarin het waterschap werkt.