Stijn Lechner is 1 maart gestart als programma- en projectmanager bij P2. Hij werkte jarenlang voor de gemeente Amsterdam en het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat. Zijn eerste klus bij P2 is die van programmadirecteur gebiedsontwikkeling bij de Nedersaksenlijn, de nieuwe spoorverbinding tussen Groningen en Twente.
Stijns opdracht als programmadirecteur gebiedsontwikkeling van de Nedersaksenlijn is om zoveel mogelijk meerwaarde te creëren voor het gebied waar de spoorlijn komt. De Nedersaksenlijn verbindt de stedelijke gebieden en kernen van Groningen, Emmen en Twente. Waar stations komen, is nog onderwerp van studie. De opdrachtgever is een alliantie van twintig overheden: dertien gemeenten, provincies Groningen, Drenthe en Overijssel en de ministeries van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO), Economische Zaken en Klimaat (EZK), Infrastructuur & Waterstaat (I&W) en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).
Als programmadirecteur is Stijn verantwoordelijk voor de gebiedsontwikkeling, niet voor de infrastructuur. Deze maatschappelijke rol ligt hem goed. “Het vraagstuk wat je met een nieuwe OV-verbinding beoogt, naast zorgen dat reizigers veilig en betrouwbaar van A naar B kunnen, vind ik belangrijk en interessant. De Nedersaksenlijn krijgt een grote sociaaleconomische betekenis voor de regio. De verbinding moet meer brede welvaart naar de mensen in het gebied brengen. Meer duurzaamheid, meer geluk, meer voorzieningen.”
Samen met de gemeentes, provincies en het Rijk zorgt Stijn dat de Nedersaksenlijn naast beter openbaar vervoer ook andere meerwaarde brengt. “In het gebiedsprogramma creëren we randvoorwaarden voor woningbouw, goede busverbindingen en fietspaden, werkgelegenheid en voorzieningen die weg dreigen te trekken uit het gebied, zoals medische zorg en onderwijs.”
Bij het ministerie van I&W deed Stijn ervaring op met gebiedsontwikkeling bij nieuwe spoorlijnen. Eerst als programmamanager voor onder meer het doortrekken van de Amsterdamse Noord-Zuidlijn naar luchthaven Schiphol en later als projectdirecteur voor de Lelylijn. Deze rechtstreekse verbinding tussen Groningen en Lelystad verkort de enkele reistijd tussen het Noorden en de Randstad met een uur en is al decennia onderwerp van politieke discussie.
Bij de Lelylijn richtte Stijn zich op de bredere effecten van de aanleg van de verbinding, voor zowel het Noorden als de Randstad. Zijn projectdirecteurschap viel in een politiek turbulente tijd. Kabinet Rutte IV reserveerde geld voor de aanleg van de Lelylijn maar het Kabinet Schoof besloot het gereserveerde geld te besteden aan de Nedersaksenlijn. Nadat hij de masterplanfase voor de Lelylijn afrondde, inclusief een advies van oud- bankpresident Klaas Knot, gaat Stijn aan de slag voor de Nedersaksenlijn. “Een vergelijkbaar gebiedsontwikkelingsproject, waarin stedelijke gebieden en kernen aaneengeschakeld worden door een nieuwe spoorlijn. In beide projecten draait het om de verbetering van het gebied door de komst van nieuw openbaar vervoer.”
De Nedersaksenlijn voelt voor Stijn ook een beetje als een thuiswedstrijd. Ook al woont hij al jaren in Amsterdam, hij groeide op in Veendam, een van de stations aan de nieuwe spoorlijn. “Het klinkt misschien raar als ik dit zeg als Amsterdammer, maar er is meer dan Amsterdam. Hoewel het Noorden en het Oosten belangrijke gebieden voor Nederland zijn, worden vraagstukken die er spelen toch vaak bekeken vanuit het perspectief van de Randstad. Ik vind het mooi om in mijn werk de verbinding te kunnen leggen tussen het Noorden, Den Haag en de Randstad.”
Stijns keuze voor P2 is een bewuste. In de tijd dat hij bij de gemeente Amsterdam werkte, zei iemand dat hij Stijn nog wel eens zijn eigen projectmanagementbureau zag oprichten. Hoewel dat bleef hangen, ziet Stijn zichzelf niet als bureaudirecteur. “P2 biedt mij het beste van twee werelden. Omdat het eigenaarschap van het bureau bij de medewerkers ligt, word ik op termijn mede-eigenaar. Tegelijkertijd kan ik doen waar mijn hart ligt: lekker langlopende, duurzame projecten voor verschillende opdrachtgevers. En waar vind je nou 75 collega’s die hetzelfde programma- en projectwerk doen als jij, maar dan op andere gebieden?”